doorzoek de gehele Leestrommel
Leestrommel
Leestrommel

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

Marguerite: 'Door duisternis tot licht. Indische novelle'.
In: Bataviaasch Nieuwschblad, vrijdag 10 december 1897


[11:]

III.

't Is werkelijk een aangenaam en rustig leven, dat landleven, vooral als men op zijn onderneming heer en meester is.
Ongetwijfeld is 't in de stad veel drukker en voor een verzetje is een kort verblijf aldaar ook heel aardig, toch blijf ik de voorkeur geven aan 't leven op 't land I Hoe wekt ons de heerlijke fijne berglucht op, hoe aangenaam wordt ons oog getroffen door de prachtige schoone vergezichten, ons oor gestreeld door de weemoedige tonen der gamelang, die van een verderop gelegen onderneming door den avondwind voortgedragen worden.
Wie heeft ze niet wel eens bijgewoond, die heerlijke nachten in de tropen; wie zich niet verlustigd in den aanblik van een berglandschap bij nacht, wanneer de maan met haar vriendelijk licht de natuur als in een tooverland herschept?
Hoe duidelijk teekenen de witte muren van woonhuizen en fabrieksgebouwen der omliggende ondernemingen zich dan af tegen den donkeren achtergrond der reusachtige bergtoppen, die majestueus zich verheffen en zoo trotsch neerzien op de in rust liggende ondernemingen en kampongs aan hun voeten em op hun hellingen, innig bewust van hun macht, om met een lavastroom de alomheerschende welvaart te vernietigen.
Hoe statig wiegen zich de slanke kokospalmen op den adem van 't nachtelijk koeltje, heur bladeren door dauw en maanlicht als met een zilveren gloed overtogend en zoo ver 't oog reikt, niets dan die hooge, donkere, eeuwenoude bosschen, die zelfs op klaarlichten dag den eenzamen reiziger tal van verschrikkingen bieden.
En over dit alles een geheimzinnige stilte, slechts zwak verstoord door 't ruisschender verafgelegen watervallen of nabijliggende bergstroompjes, afgewisseld door 't gekras der nachtuilen of 't gebrul van een tijger, die zijn prooi zoekt!
Bij den aanblik van die machtige schoonheid gevoelen wij ons beklemd, klein, nietig, de een in mindere, de andere in meeidere mate, ontkennen kunnen wijt echter niet, dat 't overweldigende vat op ons heeft!
Maar als de dageraad komt en met haar heerlijk morgenrood de toppen der bergen met rozengloed bedekt, wanneer in de dalen de nevel optrekt en 't gouden zonlicht doorbreekt, wanneer aan onze oogen zich een reusachtig, eenig mooi panorama ontrolt, de vogelen hun loflied omhoog zenden, dan doortintelt een geestdrift voort schoone onze aderen, dan juicht en jubelt de ziel en voelt zich groot en sterk tot 't voortbrengen van goede daden.
Vergeten is 't, hoeveel leed, strijd en ellende de wereld aan onze voeten met zich brengt; hier op de hoogste hoogten gevoelen wij ons gelukkig en tevreden. Wij denken niet aan 't leven, dat ons straks rusteloos voort zal drijven als de wolken boven ons doen; de eerbiedige bewondering voor hem, die de schepper is van al dit schoone, houdt onzen geest gevangen!
Niet alleen om de schoonheid van den komenden en scheidenden dag, heb ik die bergen lief, maar ook omdat het stadsleven er nog niet zóó is ingedrongen, en de omgang er zooveel gezelliger en vrijer is.
Loges zijn er ten allen tijde welkom, hoe onverwacht en ongelegen ze misschien komen, als alle beschikbare logeerkamers reeds bewoners hebben. Doch hier wordt nog vaak 't spreekwoord toegepast: "Er gaan veel makke schaapjes in één hok."
Er wordt geschikt en gedaan tot allen 't naar hun genoegen hebben, met een beetje behelpen dikwijls, maar dat hebben de gasten wel voor een paar gezellige dagen over.
De hartelijke gastvrije toon, die er onderling heerscht, doet zelfs de- nieuwe loges dadelijk met de anderen eigen zijn, zoo aanstekelijk werkt die opgewekte geest.

Weg met alle stijve vormen, ze zijn niet gekomen, om elkander complimenten te maken, maar wèl om eens flink pret te nebben. Daarbij komt nog, dat de onverwachte bezoekers, die in de stad een huishouden vaak op stelten brengen, de huisvrouw hier heelemaal niet hinderen, daar alles er op berekend is en daardoor met veel tact onplezierig gevoel weggenomen wordt, dat zij zeer ten onpas zijn gekomen.
Wij zelf hadden eens in zoo 'n geval verkeerd en al ons genoegen was daardoor vergald geworden, zoodat wij ons vast voorgenomen hadden nooit evenzoo jegens onze gasten te handelen.
Daarom hadden wij vaak loges en als 't uur van scheiden gekomen was, scheidden wij zeer noode.
Gevoelden wij behoefte aan afleiding, dan gingen wij naar Soerabaia, waar wij een mooi ruim huis hadden.
Pa bracht ons dan wel weg, maar vertrok reeds na een dag of zes, omdat het belang der onderneming meebracht er niet te lang vandaan te blijven.
Alleen in den slappen tijd kon Pa weleens een paar weken achtereen bij ons doorbrengen. In de maanden, dat wij ons huis in de stad betrokken hadden, kregen wij eiken avond bezoek of gingen zelf visites afleggen. Als wij in de na-avonden geen bal, concert of soiree bezochten hadden wij muziekavondjes bij ons thuis.
Op een dezer muziekavonden naderden mij twee jongelieden, waarmee ik op een der bals kennis had gemaakt en die nu door een onzer vrienden bij ons geïntroduceerd waren. Zij schenen groote vrienden, want zoovaak ik ze ontmoette, zag ik ze ook tezamen.
Spoedig bleek dan ook, hoe gegrond mijn vermoeden was, daar ik vernam, dat zij steeds te samen waren feweest van af 't oogenblik, dat zij naast elkaar op de banken der hoogere burgerschool gezeten hadden. (Wordt vervolgd).


vorige pagina | inhoud | volgende pagina