doorzoek de gehele Leestrommel
Leestrommel
Leestrommel

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

Annie Foore: De Van Sons
's-Gravenhage: Henri J. Stemberg, 1881


[139:]

XXXVIII.

Ida ontving de condoleantievisites in een toiletje van wit neteldoek met zwart fluweelen strikken; ze had er ernstig over gedacht om in den rouw te gaan, dat stond altijd goed voor een weduwe; maar, na rijp beraad, kon ze er toch niet toe besluiten, zwart was haar kleur niet. Om echter te toonen, dat al de praatjes van de lloenkers over Reenen's dood verzonnen waren, hield ze zich of ze wanhopig bedroefd was en sprak ze heel veel over een fraaie tombe, die ze op het graf van haar lieven Oscar wilde plaatsen. Toen haar eerste schrik en ontsteltenis over het tragisch uiteinde van haar echtgenoot wat bedaard waren, en de bezoeken van de goede kennissen langzamerhand minder werden, begon de jonge weduwe met meer geduld te luisteren naar de vertoogen van mama Nausuali, als die beweerde, dat ze waarlijk geen reden had om haar mooie oogen te bederven, met al dat huilen. Er was nu toch eenmaal niets meer aan te doen en - ze was goed af! Goed af! ja! dat kon ze niet tegenspreken. Een mooi, jong weeuwtje, zonder kinderen, rijk - - - want dat was ze immers?

[140:]

Wel zeker! Reenen had fortuin, een vijftig duizend gulden, en hoewel hij, omdat dit altijd de wensch geweest was van zijn oude moeder, met huwelijksche voorwaarden trouwde, had mama Nausuali hem geen rust gelaten, voor hij een testament maakte, waarbij hij Ida tot zijne universeele erfgenaam benoemde, en dus was ze rijk!
Mooi, jong, rijk, - - - en dan weduwe!
Geen ziek of jaloersch echtgenoot meer tevreden te stellen, geen kinderen om u het leven moeilijk te maken, en toch al de voorrechten, die het huwelijk een vrouw schenkt; vrijheid om te doen en te laten, wat ze verkiest, alleenheerscheres in huis, een eigen kapitaal om te beheeren, een aardig pensioen - - - neen, het was een vreeselijk geval, maar als men het goed beschouwde - - !
Ze liep de lieve woning, die hij haar met zooveel zorg bereidde, op en neder, en gevoelde nu eerst dat zij haar eigendom was, en met die zoete zekerheid vervuld, scheen alles haar dubbel schoon toe. Wat kon ze nu al haar wenschen bevredigen?
Reenen was er tegen geweest, dat ze zelf mende; nu zou niets haar langer weerhouden. Hij had haar, om gezordheidsredenen, het paardrijden verboden, nu zou ze papa dadelijk opdragen een mooi beestje voor haar te koopen; liefst wat vurig, dat stond zoo aardig, en o, wat zou haar figuurtje goed uitkomen in een donkergroenen of bronskleurige amazone!
Ze zou in haar lief huis blijven wonen. Het was eigenlijk wel wat klein, maar het lag vrij afgelegen en ze kon daar, zonder dat al de Iloenkers er zich mee bemoeiden, Stricke ontvangen, wanneer ze verkoos - -- tot zij met hem trouwen kon.

[141:]

Laat zien, hoe lang moest een weduwe wachten? een groot jaar, had mama gezegd. Met hem trouwen - - - maar zou ze dat doen? 't Is waar, ze hadden heel veel gesproken van een wreed noodlot dat hen scheidde, maar alles was nu zoo veranderd! zij was rijk, en Stricke een dood arm controleurtje; en met haar schoonheid, in haar mooie positie kon ze misschien wel residents- of kolonelsvrouw worden. Als ze haar kans maar afwachtte en haast had ze volstrekt niet - - - - integendeel! ze wilde vooreerst geen echtgenoot; ze wilde genieten, genieten van haar jeugd en haar schoonheid en haar macht over de mannen!
Moeder Nausuali had dadelijk van de omstandigheden geprofiteerd, om Ida met een paar van de kinderen te belasten. Ida stemde er in toe, maar het moesten twee van de jongeren zijn, Clara en Coralie werden reeds zulke wijsneuzen, en ze hield er niet van op de vingers te worden gekeken.
Jacques' schoolgeld zou ze blijven betalen. Papa kon als te voren driemaal 's weeks komen eten; mama kon het rijtuig nu en dan krijgen; ze zou voor haar familie doen wat ze kon, maar als een van hen het waagde haar te weerstreven, dan trok ze dadelijk de handen van hen af.
Zoo was dan alles geregeld. Den tijd, die er nog verloopen moest, voor ze in gezelschap kon verschijnen, zou ze gebruiken, om aan te leeren wat aan haar opvoeding ontbrak en als ze dan weer uitging, dan zou er veel moeten gebeuren, wanneer zij, Ida Nausuali, niet een der eerste dames van de plaats werd!
Maar, in afwachting van dien gelukkigen tijd, begon het jonge weeuwtje de dagen toch wel wat heel lang en

[142:]

haar bestaan wat heel eentoonig te vinden, en, toen er geruimen tijd voorbij was gegaan, zonder dat haar minnaar iets van zich had laten zien of hooren, besloot ze, na lange aarzeling, hem een van die briefjes te schrijven, die hem altijd binnen den kortst mogelijken tijd in hare tegenwoordigheid brachten.
Toen het briefje was verzonden, ging de schoone Ida haar bad nemen, en twee uren later kwam ze uit haar kamer te voorschijn, in een donker purperkleurig kleedje, dat Stricke meer dan een harer andere toiletten bewonderde, met een enkele witte roos in de zijden kronkelingen van het gitzwarte haar, zoo verleidelijk schoon, dat het verklaarbaar was, hoe zij na een langen blik in den spiegel, ongeduldig werd bij het denkbeeld, dat er minstens nog een half uur moest verloopen, voor Rudolf daar kon zijn om haar te zien en te bewonderen.
Het half uur verliep; het werd een uur.
Ida liep onrustig de binnengalerij op en neder. "Daarvoor zal hij boeten!" mompelde ze. En na een wijle, terwijl ze de kleine vuisten ineenkneep, "ik zal hem leeren dat men mij niet wachten laat!"
Weer verliep een half uur.
"Als hij nu nog komt, wil ik hem niet eens meer ontvangen," sprak ze, sloot de deuren, liet de lampen opsteken, en wierp zich met den laatsten roman van Zola - haar lievelingsschrijver, al durfde ze het niet openlijk bekennen - op den divan neder.
De bode, die altijd als postilion d'amour diende, kwam schoorvoetend binnen.
"Di mana, toewan?"
"Tida datang."
Mevrouw Reenen sprong op uit haar liggende houding;

[143:]

"Ada soerat!" haastte zich de jongen uit te roepen, ontsteld door haar vlammenden blik.
Mevrouw Reenen scheurde het couvert open en las.
Toen ze kort daarop het hoofd ophief, was de roos van lloenka onherkenbaar geworden.
Ziehier wat Stricke's brief inhield:

"Mevrouw!
"Uw uitnoodiging heeft mij in zwaren tweestrijd
"gebracht, maar toch staat mijn besluit onherroe-
"pelijk vast.
"Om de achting voor mij zelven niet geheel en
"al te verliezen, ben ik verplicht, voortaan uw huis
"en tegenwoordigheid te vermijden.
"Gij zelf hebt mij aangewezen als een van hen,
"die deel hebben aan den dood van uw echtgenoot:
"ik heb mij aan zijn vrouw bezondigd; ik wil zijn
"weduwe ten minste eeren.
"Hierbij zend ik u alles terug, wat onze vroegere
"verhouding zou kunnen verraden; wanneer u zulks
"mocht wenschen, dan zal ik mijn overplaatsing
"vragen.

RUDOLF STRICKE.

Ze herlas het briefje, ze maakte het pakje open, bergde den inhoud weg en barstte eindelijk uit in een schaterend gelach, den lach eener teleurgestelde Délila.
"Gek die hij is! Alsof hij dàt zou kunnen, mij ontvluchten...? Ik zal hem ontmoeten, hem aanzien, en hij zal weer aan mijn voeten liggen - - - - en dan zal ik hem tergen en trappen en tot wanhoop brengen, zooals hij het verdient, de lafaard!"

[144:]

En ze frommelde het briefje in elkaar, en scheurde en trok en vernielde het, alsof het de man geweest was, die waagde zich aan haar macht te willen onttrekken. Ook dien nacht schreide ze, maar het waren tranen van woede en spijt, die sporen achterlieten op het mooie gezichtje, zulke diepe sporen, dat de heer Van Welkendonck die den volgenden morgen haar een bezoek bracht getroffen was door de verandering, die bij haar plaats gegrepen had.
Men had hem de nalatenschap van den overledene toegezonden, om die aan de weduwe ter hand te stellen; de koffers zouden straks bezorgd worden, hij bracht zelf wat aan geen vreemden mocht worden toevertrouwd: Reenen's ridderorden, zijn portefeuille en eeresabel.
"Er is een brief aan uw adres," sprak de heer Van Welkendonck met een deelnemenden blik op Ida's bleek gelaat, en terwijl hij haar dien overreikte: "Ik begrijp mevrouw, dat u dien laatsten groet van een geliefd echtgenoot, liever zonder getuigen zult lezen, - - -"
Ida zat lang met het zorgvudig gecacheteerde couvert in haar handen, zonder dat zij den moed had, het open te breken. Ze was bang, bang voor die laatste woorden met stervende hand geschreven - - - - Wat kon hij haar niet verwijten? Misschien was het een vervloeking, een - - - ze scheurde den omslag open en las.
Het was geen hartstochtelijk verwijt, geen vervloeking - - het was erger, veel erger, dan het ergste wat ze had gevreesd.

"lda, je hebt me dikwijls hooren spreken over de
"jongere zusters in Holland, en over mijn moeder.

[145:]

"lk heb je gezegd dat ze een edele, fiere vrouw is,
"afstammelinge van een oud geslacht.
"Een smet op den naam, dien ze draagt, zou haar
"dood zijn.
"Daarom heb ik gezwegen, Ida, toen ik je gezien
"had met je minnaar in den tuin van den assistent-
"resident; daarom heb ik niet gedaan, wat ik, God
"alleen weet hoe vurig, wenschte te doen, eerst den
"ellendeling te vermoorden, die mijn eigendom had
"durven aanranden, en dan mezelf een kogel door
"den kop jagen; daarom ook heb ik je gehaat met
"een grooten, vurigen haat, sints je, opgeraapt uit
"het slijk, het hebt durven wagen, om den naam,
"dien mijn moeder draagt, te onteeren. -
"Zij kan nu gelooven dat ik voor mijn vaderland
"gevallen ben, en ik zou gelaten sterven, als ik niet
"gekweld werd door de gedachte, dat je onzen naam
"nog draagt.
"Ik ken je karakter genoegzaam, om te begrijpen
"dat je niets liever zoudt wenschen, dan als jonge
"weduwe te blijven voortleven met nu dezen, dan
"genen tot minnaar. -
"Mijn geld zou je dat gemakkelijk gemaakt heb-
"ben, en daarom heb ik mijn testament vernietigd
"en bij uiterste wilsbeschikking bepaald, dat van
"kracht blijft, wat in ons huwelijkscontract is be-
"schreven, dit namelijk: als ik zonder kinderen kom
"te overlijden, keert alles, - hoor je, Ida - alles!
"terug tot mijn familie!
"Dit was het eenige middel, wat ik kon uitdenken
"om je te dwingen tot een tweede huwelijk, en daar-
"door mijn moeder de schande te besparen, die een
" [146:] "schoondochter als gij haar noodwendig moet "aandoen.
"Oscar."

Toen mevrouw Nausuali - zooals hare gewoonte was - eens kwam inloopen tegen den tijd, dat bij mevrouw Reenen voor de rijsttafel werd gedekt, vond ze Ida koud en stijf, uitgestrekt op den grond.
Zij las op haar beurt den brief, en- - - - had geen troost meer voor haar zwaar beproefde dochter; ja, zoo vriendelijk en geduldig zij tot nu toe geweest was, zoo kwaadaardig werd ze nu.
"Eigen schuld!" gilde ze, "waarom wou je ook geen kinderen hebben? jij, ijdel nest!"
"Als ik een kind gehad had - - -?" vroeg Ida.
"Dan had hij je niets kunnen doen!"
De notaris, bij wien èn huwelijkscontrakt èn uiterste wilsbeschikking berustten, had slechts op den beslissenden brief gewacht, om handelend op te treden.
Den aard der Nausuali's kennende, haastte hij zich reeds den volgenden morgen alles te laten opschrijven en verzegelen; maar zooveel haast had hij niet kunnen maken, of moeder Nausuali was hem vóór geweest, en menig artikel van waarde bleek spoorloos verdwenen.
Acht dagen later klom Ida, des morgens heel vroeg, voor het laatst in haar panier; hij bracht haar naar het ouderlijk huis, waar zij met veel minder égards werd ontvangen dan kort geleden het geval zou geweest zijn.
De panier keerde ledig terug, om straks op vendutie gebracht te worden, en de beroofde vrouw wierp zich voorover op het onzindelijk bed van een harer zusters.
Ze wilde niets zien maar zij moest het wel aanhooren

[147:]

hoe Coralie nu en dan Clara toeriep: "Dat is de pianino! Toe kijk eens wie dien grooten spiegel gekocht heeft? Zijn dat de stoelen uit de binnengalerij niet? Daar gaan de bloempotten! Daar gaat Ida's toilettafel!"
Zoo werd alles voorbijgedragen, wat getuige was geweest van haar kort geluk en weelde, ze bleef met het hoofd in de kussens liggen, tot het was afgeloopen.
Toen richtte ze zich eindelijk overeind, en - dat de wraak van den beleedigden echtgenoot doel had getroffen, dat konden de Nausuali's getuigen, die dat doodsbleek gelaat aanzagen, smartelijk vertrokken van spijt en wanhoop.


inhoud | vorige pagina | volgende pagina